projecterende tijd


> projective time


projecterende tijd > projective time [Dutch/English]

projecterende tijd [pro:jεkte.rəndə tεit] (noun); projective time


Filosoof en hedendaags kunsttheoreticus Bojana Kunst heeft een theoretische tekst genaamd “The project horizon: on the temporality of making” geschreven waarin ze het heeft over de tendens om tijd naar de toekomst te projecteren in de kunstwereld. Het projecteren van tijd naar de toekomst betekent dat een event in de toekomst plaats vindt en dat je dus tijdens het werk- en organisatieproces altijd bezig bent met het anticiperen ofwel vooruitlopen op de toekomst. Volgens Kunst is de notie projecterende tijd belangrijk in de wereld van theater en performance kunst, omdat de notie betrekking heeft op een temporele houding of modus van werken en leven en daarmee ook een specifiek perspectief op het soort werk en de dynamieken van het hedendaagse productieproces met zich meebrengt. In de tekst legt ze uit dat we altijd werken voor iets wat nog komen gaat, zonder op dat moment zelf vooruitgang te boeken. Er zal altijd een volgend project komen en daarom zullen kunstenaars altijd op dezelfde plaats blijven, namelijk de plaats van waaraf ze anticiperen op de toekomst. Je kunt dit vergelijken met een loopmachine in de sportschool. De projecterende tijd creëert een specifieke modus van werken en leven: iedereen is gelijk en we werken snel, zonder diepgang, om onze deadlines te halen. Deze race om de projecterende horizon te bereiken is het resultaat van het kapitalisme. We moeten productief zijn en daarom is de ideale werknemer degene die flexibel is, nomadisch en engageert in verschillende kleinere projecten voor een relatief korte tijdsspan. Dit soort werknemer is ideaal, omdat ze ten alle tijden overal kunnen werken en bezig kunnen voor het halen van deadlines. Processen, communicatie, creativiteit en netwerken horen allemaal bij de postfordistische samenleving en ze zijn de reden dat wij altijd en overal werken, het zijn immers immateriële vormen van werk. Dit resulteert in een verandering van de ervaring van onze relatie tot tijd. De projecterende horizon is er altijd en is eindeloos. Er zal altijd een volgend project in de toekomst zijn. We zijn niet langer in het heden, we denken namelijk altijd vooruit. De toekomst is altijd aanwezig in ons hoofd. Er is altijd een belofte van iets wat komen zal, we staan in schuld bij de tijd. Wanneer we het hebben over projecterende tijd en aanwezigheid komt bij mij de vraag op: zijn of worden? Een belangrijke vraag in deze snelle eenentwintigste eeuw. Leven we ons leven met oog op de toekomst of leven we nu in het moment en genieten we van elke stap?


Auteur en vertaler: Anne Meijer